Wet, regelgeving, ehbo, lekenhulpverlener

Wet- en regelgeving

Eerste Hulp Onderwijs Nieuws

Wet- en regelgeving voor de Eerste Hulpverlener

Iedereen kent de slogans wel: ‘Eerste Hulp verlenen, iedereen kan het leren’ of ‘Eerste Hulp, weet wat je moet doen’. Het verlenen van Eerste Hulp kan een mensenleven redden. Dat is een feit, maar naast het aan kunnen leggen van een drukverband, brandwonden verzorgen of een reanimatie heb je naast ‘protocollen’ ook te maken met wet- en regelgeving.

Wat is een Eerste Hulpverlener? Een Eerste Hulpverlener is iemand die een cursus ‘Eerste Hulp’ heeft gevolgd. Deze cursussen zijn toegankelijk voor iedereen en er is geen minimale opleidingseis. Ook al zijn er diverse instituten die de cursussen verzorgen en zijn er diverse certificeringen, ze komen bijna allemaal op hetzelfde neer. Er zijn minimale verschillen die voor die betreffende organisaties zelf heel belangrijk zijn, maar in praktijk vrijwel niet noemenswaardig. Let wel dat sommige certificeringen alleen in Nederland gelden en dat alleen het Rode Kruis en First AID International een Europees erkende certificering afgeven. Dit komt omdat de richtlijnen op internationaal niveau zijn vastgesteld.

Een Eerste hulpverlener kan reanimeren, verband technieken, herkennen van en handelen bij diverse ziektebeelden, brandwonden in eerste aanleg verzorgen en levensreddende handelingen verrichten zoals een stabiele zijligging of de bekende Heimlich manoeuvre en noodvervoersgreep (Rautek). Daarbij komt dat een goede Eerste Hulp verlener ook weet wat hij wel en niet kan en mag en wanneer deze een slachtoffer moet doorverwijzen naar een huisarts of ziekenhuis of dat een ambulance dient te komen. Dan heb je nog het verschil tussen de passantenhulpverlener en de Eerste Hulpverlener die in verenigingsverband ook preventief bij evenementen optreedt. De laatste is meer ervaren omdat deze vaker hulp verleend dan de passant.  Beide zijn geen professionele hulpverlener, maar worden gezien als de ‘lekenhulpverlener’.  De professionele hulpverlener heeft minstens een vierjarige MBO of HBO verzorgende of medische opleiding genoten of een studie geneeskunde aan de universiteit. Deze laatste drie categorieën staan vermeldt in het zogenaamde BIG register.

Het belangrijkste is dat een Eerste Hulpverlener zijn vaardigheden blijft oefenen. Een certificering is twee jaar geldig, maar het is verstandig om minstens één keer per jaar een herhalingscursus te doen. Veel zorgverzekeraars vergoeden een cursus gedeeltelijk of geheel.

Eerste Hulp verlenen verplicht?

In het formele strafrecht is opgenomen dat het helpen van iemand in levensgevaar een verplichting is voor iedere inwoner van Nederland. Artikel 255 Wetboek van Strafrecht: “Hij die opzettelijk iemand tot wiens onderhoud, verpleging of verzorging hij krachtens wet of overeenkomst verplicht is, in een hulpeloze toestand brengt of laat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.” Artikel 450 Wetboek van Strafrecht: “Hij die, getuige van het ogenblikkelijk levensgevaar waarin een ander verkeert, nalaat deze die hulp te verlenen of te verschaffen die hij hem, zonder gevaar voor zichzelf of anderen redelijkerwijs te kunnen duchten, verlenen of verschaffen kan, wordt, indien de dood van de hulpbehoevende volgt, gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.” Artikel 255 is voornamelijk bedoeld voor professionele hulpdiensten zoals ambulance medewerkers, verpleegkundigen, artsen, politieambtenaren, brandweerlieden, maar ook mensen die bijvoorbeeld een naaste verzorgen of Eerste Hulpverleners namens een EHBO vereniging of organisatie bij evenementen  handelen of op de werkvloer. Het niet handelen naar deze verplichting lijdt in Nederland ook echt tot strafrechtelijke vervolging. Zie de uitspraken in eerste aanleg: LJN AA5054, LJN AZ8826, LJN AT7809, LJN AK8282 en LJN BI2086. Veel zaken zijn ook in Hoger Beroep besproken: LJN BC8851, LJN BI0555, LJN AU2313, LJN AZ5228, LJN BD6444.

Niet altijd leidde het in deze zaken tot strafrechtelijke vervolging, maar de wetgever is hierin heel duidelijk. Artikel 450 is meer algemeen. Als je kan helpen, doet dat dan. Een simpel voorbeeld is door alarmlijn 112 te bellen en melding te maken en te wachten totdat professionele hulpverlening aanwezig is. Ook al kan je weinig tot niets doen. Je bent verplicht aan je medemens om ‘te helpen’. Er is tot op heden nog geen enkele passant of Eerste Hulpverlener, die niet werkt als professioneel hulpverlener of die zich niet heeft ontfermt over iemand die op structurele wijze hulp behoevend is, vervolgd inzake artikel 450 van het wetboek van strafrecht, maar je bent het wel verplicht.

Wat mag een Eerste Hulpverlener WEL?

Er is al omschreven wat een (goede) Eerste Hulpverlener kan, maar wat mag een Eerste Hulpverlener allemaal? Een Eerste Hulpverlener mag alles doen waarvoor deze is opgeleid en getraind tijdens de cursus en waar deze zich in en bij vaardig acht. Een goede Eerste Hulpverlener zal bij twijfel een behandeling niet uitvoeren, maar om hulp vragen aan een andere Eerste Hulpverlener of doorverwijzen of opschalen naar de ambulancezorg.

Wat mag een Eerste Hulpverlener NIET?

Allereerst mag een Eerste Hulpverlener zich niet voordoen alsof deze een professioneel opgeleide hulpverlener is als deze geen medische MBO, HBO of academische studie heeft genoten. Daarnaast mag een Eerste Hulpverlener niets doen waarbij deze zichzelf niet vaardig of vaardig genoeg acht. Bij twijfel niet handelen.
Het belangrijkste is dat een Eerste Hulpverlener geen handelingen mag verrichten zoals deze zijn voorbehouden aan verpleegkundigen of artsen of zonder training en certificering als risicovolle handelingen zijn benoemd. Er zijn duidelijke overzichten van de voorbehouden, risicovolle en overige handelingen. Een professionele hulpverlener actief als Eerste Hulpverlener Een professionele hulpverlener welke in het dagelijks leven verzorgende IG, verpleegkundige of arts is en in verenigingsverband op dat moment handelt als Eerste Hulpverlener dient zich in eerste instantie te houden aan de wet- en regelgeving en protocollen die gelden voor de Eerste Hulpverlener. Slechts met schriftelijke toestemming van een vereniging, de dienstdoende leidinggevende én een slachtoffer mag in geval van een noodsituatie gehandeld worden vanuit het oogpunt van de professionele hulpverlener waarvoor deze opgeleid en gecertificeerd is. Toestemming van de dienstdoende leidinggevende en slachtoffer mag mondeling geschieden.
Wanneer het om een levensbedreigende situatie gaat waarbij een slachtoffer geen toestemming kan verlenen mag deze Eerste Hulpverlener handelen als deze de kennis, kunde en ervaring bezit.

Feiten en fabels

Er zijn feiten, maar vooral fabels binnen de ‘Eerste Hulpverleners wereld’ over wat wel en niet mag. Wellicht mag een handeling volgens de wet, maar als een Eerste Hulpvereniging een protocol heeft dat iets niet mag, dien je ook dit protocol in acht te nemen en per situatie een serieuze afweging te maken of het belangrijke en vooral voor jouw nuttige informatie oplevert en of deze informatie later ook voor de ambulancezorg van belang is of kan zijn.
Het ‘belangrijk doen, maar zonder noodzaak’ is in alle gevallen reden om iets niet te doen. Je hoort namelijk geen temperatuur meting uit te voeren bij een slachtoffer met een schaafwond. Ben je het niet eens met het protocol maak het bespreekbaar met de personen die het beleid bepalen, maar ga niet in discussie waar slachtoffers bij aanwezig zijn. Dat is bijzonder onprofessioneel.

Bij wet mogen de volgende zaken wel of niet.

Nogmaals, een protocol van een organisatie kan handelingen als ‘not done’ aanmerken.  Houdt je dan ook aan het protocol. Even een paar voorbeelden:

Feit:

Een eerste hulpverlener mag een bloeddruk meten wanneer deze geoefend is, het in het beleid van de organisatie past en er toestemming is van de dienstdoende leidinggevende én slachtoffer. Dit alleen als er onderbouwde vermoedens zijn en dat informatie een serieuze bijdrage kan leveren.  Een serieuze overweging kan worden gemaakt als je te maken met iemand die veel of verschillende soorten drugs heeft genomen of mogelijk in shock verkeerd door een ongeval of onderkoeling.

Feit:

Een eerste hulpverlener mag een temperatuur met een oorthermometer meten wanneer deze geoefend is, het in het beleid van de organisatie past en er toestemming is van de dienstdoende leidinggevende én slachtoffer. Dit alleen als er onderbouwde vermoedens zijn en dat informatie een serieuze bijdrage kan leveren. Ook hier kan de serieuze overweging worden gemaakt als je te maken met iemand die veel of verschillende soorten drugs heeft genomen of mogelijk in shock verkeerd door een ongeval of onderkoeling.

Feit:

Een eerste hulpverlener mag een bloedsuiker meting doen met een bloedsuikermeter  wanneer deze geoefend is, het in het beleid van de organisatie past en er toestemming is van de dienstdoende leidinggevende én slachtoffer. Dit alleen als er onderbouwde vermoedens zijn van een hypo (te laag bloedsuikergehalte)  of hyper (te hoog bloedsuikergehalte) en dat informatie een serieuze bijdrage kan leveren. Doe deze handeling alleen wanneer het slachtoffer zelf niet in staat is om te meten en expliciete toestemming verleend.

Feit:

Een eerste hulpverlener mag een saturatiemeting met een saturatiemeter meten wanneer deze geoefend is, het in het beleid van de organisatie past en er toestemming is van de dienstdoende leidinggevende én slachtoffer. Dit alleen als er onderbouwde vermoedens zijn en dat informatie een serieuze bijdrage kan leveren.

Feit:

Een eerste hulpverlener mag een paracetamol verstrekken. Dit mag als het in het beleid van de organisatie past.
Let wel op dat je navraag doet of iemand alcohol of drugs heeft genomen. In die gevallen is het aan te raden géén paracetamol te verstrekken. Geef er ook nooit meer als twee en laat het slachtoffer het innemen waar je bij staat (een tip). Wanneer iemand op het hoofd is gevallen is het raadzaam eerst een arts te raadplegen voordat een paracetamol is verstrekt.

Feit:

Wanneer een arts of verpleegkundige jouw instrueert om een partner, kind, ouder, een familie of een derde te helpen bij bijvoorbeeld het toedienen van insuline, het meten van een bloedsuikerspiegel of het gebruik van een epinefrinepen mag je dat doen bij die persoon waarover de instructie gaat. Ga niet zomaar zonder overleg met een professioneel hulpverlener in functie als een arts dat bij een wildvreemde doen. Je weet namelijk niets van de medische geschiedenis van die persoon en ook niet over eventuele doseringen. Overleg dus altijd eerst even.

Fabel:

Handschoenen dragen is verplicht.
Dit is een fabel, het is echter wel zeer verstandig wanneer er sprake is van bloed of lichaamssappen zoals braaksel, wondvocht, spuug, etc. Het is dus voor je eigen bescherming.

Fabel:

Je bent strafbaar als je een eerste hulp certificaat of diploma heb en je ondersteund niet direct een slachtoffer. Je bent niet strafbaar, maar je kan altijd het alarmnummer 112 bellen en melding maken en eventueel hulpdiensten opvangen. Als een eerste hulpverlener verstijft bij een incident en daardoor een blackout krijgt is het verstandig om niet direct ondersteuning te bieden. Indirect kan iemand altijd helpen.

Fabel:

Als eerste hulpverlener moet je koste wat kost hulpverlenen. Dat is incorrect. Voor iedere hulpverlener geldt: ‘Eigen veiligheid eerst’. Niemand heeft wat aan een Eerste Hulpverlener die met gevaar voor eigen leven gaat proberen te helpen en daarbij zelf gewond raakt of misschien zelfs overlijdt. Dit moet een ieder voor zichzelf beslissen op momenten dat het nodig is, maar neem altijd eigen veiligheid in acht. Wacht, ondanks alle frustraties, wanneer nodig op professionele hulpverlening zoals politie en brandweer wanneer de ambulancezorg nog niet aanwezig kon of kan zijn.

De HBO Jurist

16-10-2015

Deel dit bericht